Verhalen

Verhalen - Techniek - 8mm films overzetten op video

Veel filmers met videocamera's hebben vroeger gefilmd op dubbel-8 of Super-8. Een enkeling zelfs op 16mm film. De films die vroeger gemaakt zijn liggen nu vaak al jaren onaangeroerd in een kast, of zoals bij mij achter het schot op de zolder. Zonde natuurlijk om die films nooit meer te draaien. Maar het is zo'n gedoe met die projector en een scherm. Is het nou niet mogelijk om die oude films op video 'over te schrijven'? Natuurlijk is dat mogelijk, maar verwacht van de kwaliteit niet al te veel. De contrastomvang van video haalt het niet bij die ouderwetse films. Kon je in donkere delen op de film nog van alles onderscheiden, op video wordt dan alles zwart. Omgekeerd, wordt alles wat heel licht is op de film en waar nog 'tekening' in zit, op video gewoon wit. Probleem is, dat we als amateurs nou eenmaal niet over geavanceerde scanners beschikken waarmee film overgezet wordt. Maar toch is het wel te doen als u beschikt over de goede apparaten.

Wat is er nodig

In het beste geval zijn de onderstaande apparaten nodig om film over te spelen naar video.
1. Een filmprojector, zo mogelijk met een regelbare snelheid, want de film zou eigenlijk met een snelheid van 16 2/3 beeld per seconden geprojecteerd moeten worden. Zijn je films opgenomen met 24 beelden per seconden, dan moet de projector op 25 beelden per seconden ingesteld worden. Video heeft een beeldsnelheid van 50 halve beelden (is 25 hele beelden) per seconden. Vandaar die genoemde snelheden om te voorkomen dat er een beeld snelheidsverschil ontstaat. Kan het dan niet met 18 of 24 beelden per seconden? Natuurlijk wel, maar dan kan er een flikkering in het videobeeld ontstaan. Als je films met geluid wilt overspelen dan heb je een (stereo) audiokabel nodig tussen de projector en de videorecorder. Als tijdens het overspelen de geluidskwaliteit niet goed is, dan moet er een audiomixer tussen gezet worden.
2. Een videocamera die alleen als camera gebruikt wordt. Maar het zou goed zijn als de witbalans, de afstandinstelling en het diafragma met de hand ingesteld kunnen worden. Deze camera wordt met een videokabel (of S-videokabel) verbonden met de videorecorder.
3. Een stevig statief.
4. Een (digitale) videorecorder als je films met geluid moet overzetten. Moet je 'stomme' films overzetten, dan kun je gewoon met een cassette in de camcorder opnemen.
5. Een TV die je aan de videorecorder of de camcorder koppelt. Die TV moet met het testbeeld mooi neutraal ingesteld worden.
6. Een schoon vel A4 papier wat je tegen de muur plakt op gelijke hoogte als de lens van de projector.
7. Een bijna donkere ruimte waar je de handel kunt opstellen.

Hoe ga je te werk (de techniek)

Zet de projector op een zo groot mogelijke afstand van het projectiescherm (A4 tegen de muur). Projecteer iets kleiner dan A4 formaat. Zet de kamera op statief vlak achter de projector (met de lenzen van de projector en de camera op gelijke hoogte) maar zo, dat je in de zoeker (langs de projector) nog net helemaal het geprojecteerde beeld kunt zien. Je kunt dit ook zien op de TV als alles goed is aangesloten. Zoom met de camcorder in tot je het beeld helemaal in de zoeker ziet. Scherp stellen kun je het beste 'met de hand' doen. Als je witbalans met de hand kunt instellen, projecteer dan het witte licht van de projector op een lichtblauw vel papier en stel de witbalans daarop in. Je moet daarmee experimenteren en goed kijken naar het TV beeld.

Zet je dubbel-8 films over met een projector die een snelheidsregeling heeft dan kun je door aan het wieltje te draaien (of de schuif te verschuiven) de snelheid inregelen. Je moet dat doen met een film in de projector. Kijk daarbij naar de aangesloten TV. Normaal draait een dubbel-8 film op 16 beelden per seconden. Dat moet worden 16 2/3 beeld per seconden. Laat de projector wel eerst goed warm draaien voordat je deze instelling maakt. Dit soort projectoren willen nog wel eens sneller of langzamer gaan lopen tijdens de projectie. Het is dus van belang de snelheid in de gaten te houden tijdens het overspelen.

Super-8 films worden normaal vertoond met 18 beelden per seconden. Deze beeldsnelheid moet terug gebracht worden naar 16 2/3 beeld per seconden. Wanneer de projector een "pitchcontrol" bezit, dan kan daarmee de snelheid geregeld worden. Heeft de projector een vaste, meestal elektronisch geregelde snelheid, dan wordt het moeilijk. Dan moet ingegrepen worden in de elektronica van de projector. Dat kan op minstens drie manieren. 1. Zoek in de projector naar de printplaat die de motorsnelheid regelt. Daarop zit een potmeter. Door te draaien aan die potmeter kan de snelheid geregelt worden. 2. Soldeer de potmeter van de printplaat, zet een potmeter van dezelfde waarde in de behuizing van de projector en je kunt met een knop de snelheid regelen. 3. De derde manier is te zien op de foto hiernaast, en wordt hieronder beschreven.



In de behuizing van de projector wordt een chassisdeel voor een 6mm stereoplug geplaatst. In dat chassisdeel zit een schakelaar waarvan we gebruik gaan maken. De potmeter van de printplaat wordt eruit gesoldeerd en volgens het onderstaande schema op het chassisdeel gesoldeerd. De andere contacten van het chassisdeel worden met drie kabeltjes weer verbonden met de plaats waar de potmeter op de printplaat zat. De potmeter blijft dus gewoon zijn functie houden.
(Moet je een film overzetten die opgenomen is op 24 beelden per seconden dan is deze methode ook bruikbaar. Schakel de projector op 24 beelden per seconden en regel de flikkering weer weg met de potmeter op het kastje. De projector moet in dit geval sneller gezet worden, naar 25 beelden per seconden.)

Maak nu een klein kastje (doosje) met daarop een potmeter van dezelfde waarde als de potmeter van de printplaat. Verbindt de potmeter in het kastje met een kabel aan een 6mm stereoplug. Wanneer nu de plug in het chassisdeel gestoken wordt, dan zal de potmeter die op het chassisdeel zit onderbloken worden en de potmeter in het kastje neemt de taak over. Steek de plug alleen in het chassisdeel als de projector niet loopt, want anders slaat de projector op hol.

Hoe ga je te werk (de praktijk)

Laat de projector lopen zonder film en draai zo mogelijk de flikkering die je ziet op TV weg met de snelheidsregeling. Dit werkt alleen met elektronisch gestuurde motoren. Zoom nu in op het geprojecteerde beeld en zorg dat er geen zwarte randen op de TV of de camerazoeker te zien zijn. Maar stel eerst even met de hand scherp op de overgang tussen zwart en wit. Nu moet de witbalans ingesteld worden. Je kunt dat proberen door de camera op kunstlicht in te stellen. Als je de witbalans 'met de hand' kunt instellen dan kun je dat proberen met een lichtblauw stuk papier op het A4-tje. Kijk daarbij steeds naar de TV, want die bepaald of het goed is. Bedenk daarbij dat het geprojecteerde beeld (op wit papier) wat geel van kleur is, en het TV beeld heel lichtblauw moet zijn. Maar het is een keuze die je zelf moet maken. Zijn al deze instelling gedaan, dan kan de film in de projector worden gezet en kan het overspelen naar de videorecorder of de camcorder beginnen. Zit er stripegeluid op de film wat ook overgezet moet worden dan kun je alleen werken met een videorecorder. Verbindt de camcorder met de kabel met de recorder en verbindt de line-uitgang van de projector ook met de recorder. Wanneer het geluid niet goed overkomt, dan is het aan te raden er een goede audiomixer tussen te zetten.

De beste manier

Bezit je een duurdere camcorder zoals een Canon-XM2 dan is er een andere en veel betere manier van opnemen. De camcorder moet dan beschikken over een zogenaamde 'Clear Scan' instelling. Daarmee wordt de camcorder ingesteld op 54 beelden per seconden. De projector kan dan op de normale snelheid van 18 beelden per seconden blijven draaien. In dit geval wordt dus de camcorder op dezelfde snelheid gezet als de projector. Het zal in het begin nog wat experimenteren zijn, maar op deze manier heb ik al jaren geleden mijn oude films op video overgezet. Tot volle tevredenheid van mijn vrouw en kinderen. Succes!

december 2004