Verhalen

Verhalen - Advies - Welk licht gebruik je bij videofilm

Het beeld wat wij waarnemen, gewoon met onze ogen, zien we alleen maar omdat er licht is. Ik schop hiermee een deur open. Maar er zit, als we het over video hebben toch een heleboel achter. We zien de dingen om ons heen omdat ze licht weerkaatsen. Omdat die weerkaatsing per 'ding' een verschillende frequentie heeft zien we ook kleur. Maar omdat het licht nooit volledig wit licht is, zien wij de dingen ook steeds in andere kleuren. Onzin, hoor ik nu mensen schreeuwen. Geen onzin zeg ik dan. Het groen van het grasveld in je tuin heeft 's morgens een andere kleur groen dan 's avonds. Dat zien we niet, omdat onze hersenen die kleur weer corrigeren. Maar een camcorder is een dom ding. Als er niet een automatische witbalans regeling in zou zitten, dan zou het gras in de morgen blauwig zijn en in de avond gelig.

Techniek

De kleur van licht wordt uitgedrukt in Kelvin (K). Overdag heeft het licht een kleurtemperatuur van ongeveer 5400 K en dat is lichtblauw. Een gewone gloeilamp heeft een kleurtemperatuur van ongeveer 2200 K en is geel-oranje. Een ouderwetse halogeen filmlamp heeft een kleurtemperatuur van 3200 K en dat is lichtgeel. Licht van TL buizen is in veel gevallen zelfs groen. En dat moet allemaal door dat automaatje in de camcorder gecorrigeerd worden. En in de meeste gevallen gaat dat ook best wel goed. De meeste camcorders meten de kleurtemperatuur door de lens. Dat is de beste manier. Maar er zijn ook (oudere) camcorders, die meten de kleurtemperatuur door een apart wit venstertje wat meestal bovenop de camcorder zit. (zie de rode pijl op het kleine plaatje) Overigens noemen we de kleurtemperatuur bij video 'witbalans'. Het automaatje regelt de gele of blauwe kleur terug naar wit. En daardoor krijgen alle kleuren hun min of meer natuurlijke kleur op de videofilm.

Praktijk

Filmers die reportages maken van huiselijke feesten (bijvoorbeeld) die krijgen te maken met een wisseling van kleuren licht. In kamers met weinig ramen branden vaak lampen. Als je dan aan het filmen bent en je staat onder zo'n lamp dan zal de automaat in de camcorder met het venstertje bovenop, in de fout gaan als je naar buiten filmt. De camcorder ziet geel licht en je filmt blauw licht buiten. De beelden worden dan ook mooi blauw. Kun je dat voorkomen? Natuurlijk. Je moet er voor zorgen dat je niet filmt op plaatsen waar je te maken kunt krijgen met 'menglicht'. Licht dus, met meer kleuren. Maar als dat nou niet anders kan? Dan moet je met de hand, of meestal halfautomatisch, de witbalans instellen. Elke moderne camcorder kan dat. Zoek maar in de handleiding van je camcorder naar 'witbalans'.

Veel of weinig

In advertenties voor camcorders wordt vaak gesproken over het weinige licht waarbij nog gefilmd kan worden. Dat zegt meestal helemaal niks. Bij professionele videocamera's wordt aangegeven bij welke hoeveelheid licht het beeld optimaal is. En dan gaat het om scherpte en kleurverzadiging zonder dat het beeld elektronisch versterkt wordt. Want net als bij de opname van geluid is het mogelijk om het opnameniveau van video op te schroeven. Bij geluid krijg je dan hoorbare ruis uit de luidspreker en bij video krijg je dan zichtbare 'ruis' in beeld. Als je dus een goed belichte videofilm wilt hebben, dan zul je ook voor voldoende licht moeten zorgen. Overdag, buiten, is dat meestal geen probleem. Binnen zul je gebruik moeten maken van kunstlicht.

Lampen

Echte videolampen zijn erg duur. 400 Euro voor een 'kop' en een statief is een normale prijs. De ouderwetse filmlampen van (meestal) 1000 Watt zijn wel bruikbaar, maar het licht daarvan is erg 'hard'. Je kunt ze wel mooi tegen het witte plafond laten schijnen. Daarmee krijg je een diffuus licht. Maar er zijn wel goedkopere alternatieven. Bij de bouwmarkten zijn kleine bouwlampen op statief te koop. Die zijn meestal 500 Watt en geven ook erg veel licht. Voor het uitlichten van grote ruimten zijn ze bruikbaar. Er zijn ook zogenaamde etalagelampen te koop. Dat zijn spiegellampen van 100 of 150 Watt. Ze geven een gericht licht. Ook bruikbaar zijn gewone spiegellampjes die je thuis in een spotje hebt zitten. Daarmee kun je kleine oppervlakken uitlichten. Met dit soort lampen heb je wel een ander probleem. Licht moet altijd muurvast staan. Als je iemand een lamp in de handen geeft en een scène laat uitlichten dan gaat dat mis. Er zit dan altijd beweging in het licht en dat is zeer storend. Je zult dus iets moeten verzinnen om die lampen op een goede manier vast te zetten. Pas wel op dat een lamp niet op de grond valt. Niet alleen kan dan de lamp ontploffen, maar ook nog spullen in brand steken. En dat is vast niet de bedoeling. Een laatste 'soort' lamp is de cameralamp. Ideaal om onderwerpen die niet verder dan op een paar meter afstand staan een beetje bij te lichten. Die lampjes zijn meestal niet meer dan 20 of 30 Watt. Ideaal voor reportage werk. De laatste ontwikkeling op dit gebied zijn led-lampjes voor op de camcorder. Voordeel: ze geven goed licht en ze nemen weinig stroom uit de accu. Misschien zijn ze wel iets duurder.

Herzien Augustus 2010