Verhalen

Speelfilm - Tip 08 - Decoupage en mise en scène

Als we een camera midden in een schouwburg neerzetten en we filmen het toneelstuk wat op het toneel gespeeld wordt, hebben we dan een film gemaakt? Helemaal niet! Dan hebben we een toneelstuk geregistreerd. Film bestaat uit een groot aantal los opgenomen shots, die nadat ze achter elkaar geplakt zijn, een verhaal vertellen. Er zit dus altijd een relatie tussen die losse shots. Als die relatie door de kijker naar de film niet begrepen wordt, dan wordt het verhaal ook niet begrepen, en heeft de filmmaker gefaald.

Mise en scène

Een scène uit het te verfilmen verhaal speelt zich af in een normaal ingerichte kamer. Er staan stoelen om een tafel, er is een driezitsbank, een TV en een open haard. Kortom een normale Hollandse huiskamer. In die kamer speelt zich een scène af tussen twee mensen. De scène is beschreven in het scenario en nu moet er bedacht worden hoe zich dat afspeelt in die kamer. Uitgaande van de bestaande situatie. Verstandig is dan, om een platte grond op schaal te maken van de die kamer. Teken ook de deuren en ramen in. En als je daar toch bent, kijk dan eens door de zoeker van de camera, om te controleren wat je allemaal in beeld kunt nemen met de lensopening die je ter beschikking hebt. Meestal is het in kamers onmogelijk om grote totalen te maken. Je kunt niet ver genoeg achteruit. Maar je kunt wel gebruik maken van deuropeningen of ramen om doorheen te filmen en zo meer op beeld te krijgen. Als je bedacht hebt hoe je de scène laat spelen, (dat is de 'mis en scène') dan kun je die scène 'in stukken gaan hakken'. Van elk shot maak je een schets op de platte grond en beschrijf je hoe de camera eventueel moet bewegen. En die indeling van shots is decoupage.

Decoupage

Als we vroeger films maakten op chemisch materiaal, dan werden de beschreven shots opgenomen zoals ze beschreven waren in het opname draaiboek. Je wilde voorkomen dat je te veel film verspilde, want film was duur. Scènes werden ook in het uiterste geval nogmaals opgenomen, en dan alleen als het werkelijk helemaal fout was gegaan. Bij de professionele filmers werd niet op een paar rollen film meer gekeken en daar was men dus ook niet zuinig. Tegenwoordig hoeft de amateur videofilmer ook niet meer op materiaal te bezuinigen, want opnames op geheugenkaartjes kosten bijna niks meer. Er wordt dus 'door ons' ook makkelijker met materiaal om gesprongen. De scène in de kamer wordt daarom eerst helemaal van voor naar achter in 'totaal' opgenomen. Dat is het 'mastershot'. Daar kun je in de montage altijd op terugvallen. Daarna ga je alle shots maken zoals je ze beschreven hebt in het opnamedraaiboek. Een verstandig regisseur doet dat niet zuinig, maar laat veel meer voor en achter elk shot door de cameraman opnemen. Als een shot in het draaiboek 20 seconden duurt, dan laat hij er zeker 10 seconden voor en 10 seconden achter doorspelen, en 'draaien'. Dat geeft later de mogelijkheid om in de montage nog wat te 'spelen'. Er zijn zelfs filmers die na het mastershot de hele scène vanuit diverse (vooraf bedachte) richtingen en uitsneden nogmaals helemaal laat spelen. Bij korte scènes, van (laten we zeggen) een paar minuten is dat ook mijn werkwijze. Een scène moet dan wel, misschien 5 of 6 keer gespeeld worden. Maar mijn ervaring is, dat acteurs daar meestal helemaal geen moeite mee hebben. Ze spelen en bewegen alle keren precies hetzelfde. En dat is handig wanneer je de scène gaat monteren.