Verhalen

Video cursus - Les 10 - De praktijk van les 9

Monteren met recorders

Als je op eenvoudige manier een montage wilt maken met een camcorder en een videorecorder dan kan dat als volgt.

Met een monorecorder:

Verbind de video uitgang van de camcorder (meestal een gele aansluiting) met de video ingang van de recorder met een geschikte kabel. En doe dat zelfde met de (één) geluidsuitgang van de camcorder en ingang van de recorder. Het kan ook zijn, dat je voor dit doel een speciale kabel bij de camcorder hebt gekregen. Dan gebruik je die. (zie de gebruiksaanwijzingen van de apparaten) Om beeld en geluid zichtbaar en hoorbaar te maken tijdens het overspelen, verbind je de recorder met een TV via een scartkabel. Dat moet wel een scartkabel zijn die volledig bedraad is of de kabel die normaal al tussen de recorder en de TV zit. Of met de video en audio uitgang van de recorder met de TV. Zie verder bij OVERSPELEN.

Met een stereorecorder:

Op dezelfde manier als bij een mono recorder, maar nu gebruik je de stereo uitgangen en ingangen. Zie verder bij OVERSPELEN.

Met een Super-VHS recorder:

Verbind de S-uitgang (dat is een kleine ronde Din uitgang met 4 gaatjes) van de (Hi8, S-VHS of DV) camcorder met de S-ingang van de recorder. Daarvoor gebruik je natuurlijk een S-VHS (Hosiden) kabel met aan elke kant een mini Din plug met 4 pootjes. Sluit het geluid op dezelfde manier aan als bij een stereorecorder. Zie verder bij OVERSPELEN.

OVERSPELEN

De 'montage' maak je nu door de bruikbare stukken op de camcorderband over te spelen naar een schone videoband in de recorder. Daarvoor is het handig om eerst een lijstje te maken met shots (clips) die bruikbaar zijn. Dat heet 'spotten'. En de manier waarop je dat doet kun je lezen in les 4. Maar je kunt dat ook in de camcorder doen. Zet de cassette in de camcorder en zet de bandteller op nul (als dat niet automatisch gaat). Schrijf van elk shot wat je wilt gebruiken de tellerstand van het begin en het eind op. En een korte omschrijving van dat shot. Als je dat hebt gedaan, dan kun je gaan overspelen. En dat gaat als volgt:

  1. Draai het bandje in de camcorder helemaal terug en druk de teller op nul.
  2. Laat de band in de camcorder lopen tot enkele seconden voor het eerste shot wat overgespeeld moet worden. Gebruik de 'stoptoets' van de camcorder. Het beeld op de TV wordt zwart.
  3. Zet de recorder op 'opnemen' en laat de band een seconden of 10 lopen. Druk dan de pauzetoets van de recorder in maar laat hem op 'opname' staan. Je krijgt dan 10 seconden zwart op de band.
  4. Start de camcorder. Je ziet dan beeld op de aangesloten TV. Zodra je het shot ziet wat overgespeeld moet worden, dan druk je de pauzetoets (of de playtoets, zie de gebruiksaanwijzing) van de recorder in. Het eerste shot wordt overgespeeld.
  5. Druk vlak voor het eind van het lopende shot de recorder weer op 'pauze' en laat hem zo staan.
  6. Zoek op de camcorder het volgende shot wat overgespeeld moet worden en stop weer vlak voor dat shot. Nu mag je de 'pauzetoets' van de camcorder gebruiken als die erop zit. Het beeld op de TV staat dan stil.
  7. Herhaal nu steeds de handelingen van de nummer 4, 5 en 6 tot alle shot op de band zijn overgespeeld. Zet als laatste weer een stukje 'zwart' op de band.

Dit wordt ook wel 'pauzetoets-montage' genoemd. Pas wel op, dat je een nieuw over te spelen shot altijd weer start met de pauzetoets. Als je start met de opname-playtoets, dan ontstaat er een 'gat' in je beeld. Als dat je een keer overkomt, dan zie je direct wat ik bedoel.

Probeer de bovenstaande handelingen eerst eens met een stuk of 5 shots om te oefenen. Als dat lukt probeer het dan met een langere film. Als je kritisch naar je eigen werk kijkt en de shots die niet goed zijn, te kort zijn of om andere reden niet in het verhaal passen, dan heb je de eerste 'montage' gemaakt. En zal je film ook door je familie of vrienden beter gewaardeerd worden. En zeker ook als je de film niet te lang hebt gemaakt. Succes!!

Als je nu naar les 11 wilt, klik dan hier

Herzien juli 2013