Verhalen

Video cursus - Les 9 - We gaan monteren (1)

Wat is nodig

In les 5 hebben we al laten zien hoe een montage draaiboek er zou kunnen uitzien. Misschien heb je zelf al een andere manier bedacht die je prettiger vindt. Maar in alle gevallen zal er aan de montage een geschreven stuk papier ten grondslag liggen. Voordat de werkelijke montage gaat beginnen hebben we dus nodig:





  • Al het originele videomateriaal (geheugenkaartjes of ander medium)
  • De eventuele voice-over (op geluidsband, CD, MD of rechtstreeks ingesproken op de PC)
  • De te gebruiken muziek (op CD of cassette of van internet geplukt)
  • De eventuele te gebruiken effectgeluiden (op CD, MD, band of van internet)
  • Het montagedraaiboek

Het in elkaar zetten van de film kan nu beginnen.

Maar als je nu al met een computer je videofilms in elkaar zet, dan kun je de rest van deze pagina overslaan. Ook les 10 kun je dan overslaan.

Want hieronder staat beschreven hoe je kunt monteren met een camcorder, via kabeltjes verbonden aan een VHS of SVHS videorecorder.

Kopiëren

Gebruik je de meest eenvoudige vorm van monteren (die vroeger altijd gebruikt werd) met een camcorder als 'speler' en een videorecorder als 'opnemer' dan staat hieronder beschreven hoe je dat doet. Je kunt dan alleen zogenaamde kop-staart montages maken. Je begint met een stuk 'zwart' en dan komt het eerste stukje videobeeld daaraan geplakt. Begrijp mij niet verkeerd, knippen en plakken kan niet met videoband. Het is een kwestie van kopiëren vanaf de originele cameraband (of ander medium) naar een schone videoband in de recorder. Bij deze eenvoudige methode moet dat in de goede volgorde gebeuren. Als je tijdens de montage merkt dat een shot wat een eindje terug zit, niet op de goede plaats zit, dan moet je vanaf dat punt weer opnieuw beginnen. We noemen dat een lineaire montage. Voor het aansluiten van de camcorder aan de recorder moet je de gebruiksaanwijzing van de apparaten nalezen. Evenals voor de manier van werken met de combinatie van deze twee apparaten.

Assembleren en Inserten

Wat is dat nou weer? Er zijn twee manieren om te monteren als je de bovengenoemde manier gebruikt. En daarvoor moet ik even een klein stukje techniek uitleggen. Als je een nieuwe, ongebruikte videoband neemt, dan staat er (natuurlijk) nog helemaal niks op die band. Als je daarmee gaat monteren, dan wordt tijdens het kopiëren van beeld en geluid, ook een reeks stuurpulsen op die band gezet. Als je nu een volgend shot op die band zet, dan moet de recorder er voor zorgen dat de stuurpulsen (en beeld en geluid natuurlijk) keurig op een rij blijven staan. Dat gaat ook meestal wel goed, maar soms kan er bij een overgang (las) iets mis gaan. Dan kan er heel kort even een verstoring van het beeld ontstaan. Of de kleur in het beeld is even weg. Dat kan gebeuren bij de assemble methode.

Inserten

Bij de insert methode gaan we anders te werk. Ik moet wel even waarschuwen, dat deze methode alleen bij duurdere montage recorders toegepast kan worden. (Zie de gebruiksaanwijzing van de recorder) Om ervoor te zorgen dat alle overgangen (lassen) gaaf zijn, waardoor er ook geen storingen kunnen ontstaan, gaan we als volgt te werk. We zetten de schone videoband in de recorder en schakelen de recorder op 'opnemen'. De recorder zal nu een zwart beeld en geen geluid op de band zetten. Maar wat belangrijker is, de recorder zal ook een keurige rij stuurpulsen op de band zetten. Als we nu gaan monteren via de insert methode, dan vervangen we het zwarte beeld op de band voor bewegende videobeelden en er komt geluid op het geluidsspoor. Maar er worden geen nieuwe stuurpulsen opgezet. Die rij stuurpulsen blijft dus onaangetast en daardoor de beeld- en geluidskwaliteit beter.

Oefening

Bij deze manier van monteren komt wel wat oefening te pas. Het is al moeilijk om precies het goede stuk van een shot op de montageband te krijgen. Oefen daarom eerst eens met een kort filmpje om te kijken waar het moeilijk gaat. Als je ook nog een voice-over en/of muziek op die band wilt zetten, dan kan dat alleen met een stereo-recorder. Of je moet de beschikking hebben over meer dan één montagerecorder. Het gaat in het kader van deze cursus te ver om uit te leggen hoe dat werkt. Raadpleeg daarvoor ook de gebruiksaanwijzing.

Titels

Titels kunnen vaak in de camcorder gemaakt worden. Maar die zien er meestal niet zo fraai uit. Je kunt natuurlijk ook titels gewoon tekenen op een (gekleurd) vel papier. En dat met de camcorder opnemen. Dat is de manier die 'oude' chemische filmers vroeger gebruikte. Zet de camcorder dan wel op statief, want een bibberende titel is erg lelijk. Succes!

Wil je het bovenstaande wel eens in praktijk brengen,
ga dan naar les 10 of klik hier

In les 11 kijken we naar de mogelijkheden van monteren met een computer of soortgelijk apparaat. Als je naar les 11 wilt, klik dan hier

Herzien juni 2014