Verhalen

Maak eens een bedrijfsfilm - Deel 5 - Hard werken

De praktijk

Als je nog steeds geïnteresseerd bent in het maken van een bedrijfsfilm, dan volgt hieronder nog een overzicht van de praktijk. Het maken van opnames, het organiseren van alles en daarna de montage. Het is heel hard werken, en soms afzien.

Opnamedraaiboek

draaiboekvel Nadat de opdrachtgever het groene licht heeft gegeven voor het verfilmen van het scenario moet je een opnamedraaiboek schrijven. Daarvoor gebruik ik een, in de jaren ’70 gemaakt schijfblok in A5 formaat. (zie figuur) Bovenaan zitten twee perforatiegaten, zodat de blaadjes in een klapper gestopt kunnen worden. De kopieerwinkel maakt steeds 10 blocks voor me van 100 bladen. Gemiddeld gebruik ik twee of drie blocks per film. Dat schrijfblok is in de loop der jaren wel aangepast voor video. Ik kan het gebruiken voor zowel de opnames als voor de montage. Elk shot krijgt een eigen pagina en ik schrijf het opname draaiboek in de volgorde zoals de film moet worden. Wanneer alle shots beschreven zijn of zelfs voorzien zijn van kleine tekeningetjes, dan scheur ik alle bladen los. Daarna maak ik stapeltjes van alle shots die op één locatie gefilmd moeten worden. Die stapeltjes gaan in een klapper met een tabblad voor elke locatie. De volgorde van opname op een locatie bepaal ik meestal wanneer ik daar ga beginnen. Soms is het handiger om eerst bijvoorbeeld close-ups te maken en daarna pas de handelingen. (Rechts boven staat 'cassettenummer' maar dat kan natuurlijk ook een geheugenkaart nummer zijn)

WEER

Bij opnames buiten ben je altijd afhankelijk van het weer. Als er veel opnames buiten gemaakt moeten worden, dan kun je beter wachten op een dag, dat het redelijk stabiel weer is. Je krijgt dan beelden die steeds onder dezelfde weersomstandigheden gemaakt zijn. Bij het maken van deze opname was er net een regenbui geweest en kwam de zon weer door. Je krijgt dan wel een mooie opname, maar alle opnames daar ter plaatsen moeten dan dezelfde sfeer hebben. Omdat er steeds afwisselend regen en zon was, hebben de opnames voor dit stukje film bijna een halve dag geduurd. In de gemonteerde film nam het twee minuten in beslag. Ik wilde niet wachten op stabieler weer, want ik was 200 km van huis.


Controle

De middag voor de eerste draaidag is een drukke middag. Accu’s moeten geladen worden, en geheugenkaarten gecontroleerd. Alle kabels, lampen, microfoons en andere mee te nemen spullen moeten gecontroleerd worden. In de loop der jaren heb ik alle apparatuur die nodig is voor opname en montage aangeschaft. En dat is voor het maken van de opnames meer dan een kofferbak vol. Ik neem ook altijd alles wat ik nodig kan hebben, mee. Mijn camcorderkoffer bevat naast de camcorder, een groothoeklens, een microfoonzender en ontvanger, 3 accu’s, 2 zonnekappen, een klein schouderstatief voor moeilijke gevallen, een camera/monitorkabel en voldoende geheugenkaarten of andere media. Verder wordt de kofferbak van de auto gevuld met een lampenkoffer met drie lampen (Arri blueheads), lampfilters en statieven, een Sachtler statief met spin en dolly, Een tas met dimmers en kabelhaspels (220V), een tas met microfoons, kabels en batterijen, een microfoonhengel en een 14 inch monitor. En niet vergeten het opnamedraaiboek mee te nemen.

De eerste dag

Bij alle bedrijven en scholen waar opnames gemaakt moeten worden is toestemming om te filmen nodig. Dat laat ik regelen door de man of vrouw die ik tot ‘interne productieleider’ heb benoemd. Dat is iemand uit het bedrijf die overal de weg weet. Daar spreek ik vooraf ook het opnamedraaiboek mee door. Vooraf ga ik ook kijken waar de opnames gemaakt moeten worden. Ik maak kennis met de spelers (werknemers van het bedrijf) spreek zo mogelijk met hen door, wat mijn bedoeling is. De eerste dag van de opnames loopt altijd stroef. De mensen die mij moeten helpen zijn dat niet gewend. Ik moet veel uitleg geven. Na een paar uur gaat dat al een stuk soepeler en wordt vaak zelfs al initiatief getoond. Mijn helpers beginnen vooruit te denken. En daar moet je soms voor uitkijken, want er zijn erbij die hele scènes voor de film erbij bedenken. Goede suggesties zijn altijd welkom, maar jij, als filmmaker bent de baas. Jij bepaalt of iets wel of niet gedaan wordt.

Interne productieleider

Omdat ik altijd met een kofferbak vol spullen het bedrijf in moet, vraag ik om een zogenaamde parkeerkaart. Daarmee mag je overal binnen de hekken van het bedrijf met de auto komen. Vooraf vraag ik ook altijd om een zogenaamde paletwagen. Dat is een plat wagentje met vier wielen, waarop ik al mijn spullen binnen het bedrijf kan vervoeren. Het komt nogal eens voor dat in bedrijven een afwijkend voltage uit het stroomnet komt. Bijvoorbeeld 42 Volt. Als je dan lampen moet gebruiken, dan moet ergens anders de stroom vandaan gehaald worden. Ook komt het voor, dat een afwijkend soort stopcontact gebruikt wordt. Dan moet je kunnen beschikken over een verloopsnoer of stekker. Ik heb ook wel eens moeten filmen in ruimten waar explosiegevaar was. Binnen die ruimten heb je speciale toestemming nodig. Ik mocht daar alleen filmen als ik de camera inpakte in een plastic zak. Lampen gebruiken in die ruimten kon natuurlijk helemaal niet. Al dit soort zaken laat ik vooraf regelen door mijn ‘interne productieleider’.

Explosies

Dit beeld is uit een film waarin spuitbussen met haarlak werden getest op explosiegevaar. De explosies werden gedaan in een afgesloten tank. De opnames werden gemaakt door een patrijspoort met heel dik glas. De camcorder en ik liepen dus geen gevaar. Het was even uitzoeken, wat voor gelichting ik moest gebruiken. Ik heb uiteindelijk gekozen voor de automaat. Dat gaf toch de beste beelden. In dezelfde film zaten ook beelden van explosies in de open lucht. Dat soort opnames kun je dan alleen maken van een zo groot mogelijke afstand met de zoomlens op tele. Ook bij opnames van brandproeven moet je op afstand blijven. Je weet maar nooit hoeveel hitte er van zo'n brand kan afkomen.


Montage

Als alle opnames gemaakt zijn, dan begint het pas echt leuk te worden. Want dan moet de film gemaakt worden en dat gebeurd in de studio. In mijn geval gewoon thuis. Maar als je daar niet over beschikt, in een gehuurde studio. Je moet de muziek die je wilt gebruiken uitzoeken of laten maken. De voice-over moet worden ingesproken. Muziek uitzoeken kun je wel vooraf doen, maar de voice-over kun je beter op het laatste moment laten inspreken. Als door omstandigheden de film toch iets gewijzigd moet worden, dan moet de tekst dat soms ook. Ik laat mijn voice-overs altijd ‘wild’ inspreken. Dus voordat de eigenlijke montage gaat beginnen. In dure producties wordt de voice-over vaak ingesproken als de film gemonteerd is. De inspreker ziet de film en spreekt op de juiste plaatsen de film in. Dit moet ook in een studio gebeuren en kost dus veel geld. Overigens zijn professionele insprekers altijd duur. Voor een ingesproken tekst van 10 of 15 minuten ben je minimaal € 400,- kwijt. Wil je een ‘stem’ die bekend is van radio en televisie, dat betaal je al gauw het dubbele.

Als laatste

Videofilms in opdracht maken is eigenlijk teamwork. Ik doe alles alleen. Tijdens het maken van opnames gaat dat soms niet goed. Ik regisseer niet alleen, maar ik ben ook cameraman. Het zou beter zijn om vooral die twee functies door aparte mensen te laten doen. Maar ja, ik ben in het grijze verleden eens gevraagd om een filmpje ‘voor de baas’ te maken. Dat is stevig uit de hand gelopen en daarom doe ik nu nog alles alleen. En ik vind het leuk….

In het zesde en laatste deel staan nog een paar algemene tips en anekdotes. Misschien handig om te weten, misschien leuk om te lezen. Ben je zelf van plan een ‘film voor de baas’ te maken en wil je nog extra informatie, neem dan gerust contact op.

Deze serie artikelen zijn in een andere vorm eerder verschenen in
Video Hobby Magazine.

De foto's die gebruikt zijn in deze serie, komen allemaal uit films die gemaakt zijn voor Akzo Nobel in Hengelo, Deventer, Rotterdam en Amersfoort, en zijn met goedkeuring van Akzo Nobel geplaatst.